Inpandige opname verplicht meewerken?


Het kan voorkomen dat de gemeente, naar aanleiding van het ingediende bezwaarschrift, een inpandige opname wil uitvoeren. Bent u nu verplicht om hieraan medewerking te verlenen? Eerst even wat juridische uitleg. 

In artikel 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen – dat ingevolge artikel 30 van de Wet waardering onroerende zaken van toepassing is voor het bepalen van de WOZ-waarde – is bepaald dat degene die een gebouw of grond in gebruik heeft verplicht is desgevraagd toegang te verlenen aan een door de Ambtenaar aangewezen deskundige. In beginsel bent u dan ook verplicht om mee te werken aan een inpandige opname.

Indien u de toegang weigert, zal er, wanneer de inpandige opname plaats vindt in het kader van een WOZ-procedure, een ommekeer in de bewijslast plaatsvinden. Dit betekent dat u de door u voorgestane WOZ-waarde dient te bewijzen, daar waar anders de gemeente de juistheid ervan dient aan te tonen. In de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 29 november 2011[1] was sprake van een dergelijke ommekeer van de bewijslast. In deze zaak wilde belanghebbende geen medewerking verlenen aan een inpandige taxatie, aangezien begin jaren negentig reeds een inpandige taxatie had plaatsgevonden. Wij citeren een deel uit rechtsoverweging 4.4:

“Gelet op de in 4.3 weergegeven omstandigheden is het Hof van oordeel dat het thans aan belanghebbende is aannemelijk te maken dat sprake is van een aantasting door houtworm die een nadelige invloed heeft op de waarde van de onroerende zaak. Belanghebbende heeft in dit kader geen bewijs bijgebracht, zodat het Hof een dergelijke aantasting door houtworm niet aannemelijk acht.”

Zoals uit bovenstaand voorbeeld blijkt, kan het niet meewerken aan een inpandige opname verstrekkende gevolgen hebben. Om die reden raden wij belanghebbende dan ook altijd aan om mee te werken aan een inpandige opname. Het verzetten van een inpandige opname heeft verder geen juridische consequenties. De gemeente voert de inpandige opname uit om een beter beeld van woning te krijgen. Op deze manier krijgt zij meer inzicht in de onderhoudstoestand en het voorzieningenniveau van de woning. Dit is van belang, aangezien in het kader van de Wet WOZ dient te worden vergeleken met (de staat van onderhoud van de) referentieobjecten.

[1] Gerechtshof Arnhem, 29 november 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BU7719



Door mr. M. Hasselman
 
comments powered by Disqus