Nota uitgifteprijzen niet bepalend voor WOZ-waarde


Bij het bepalen van de WOZ-waarde van een onroerende zaak anders dan een woning mag een gemeente niet de door haar gehanteerde uitgifteprijzen gebruiken als uitgangspunt. Dat heeft de rechtbank in Den Haag bepaald.

De WOZ-waarde van een onroerende zaak anders dan een woning is de hoogste van de waarde in het economische verkeer en de (gecorrigeerde) vervangingswaarde. Een onderdeel van de vervangingswaarde is de waarde van de grond. In een recente uitspraak heeft de Haagse rechtbank geoordeeld dat een gemeente bij de berekening van de waarde van de grond niet de door haar in de zogeheten Nota uitgifteprijzen gehanteerde uitgifteprijzen mag gebruiken als uitgangspunt. De zaak was vereenvoudigd weergegeven als volgt:

Uitgifteprijs sportcomplexen
Een hockeyclub was het niet eens met een door de gemeente opgelegde WOZ-beschikking. Bij het berekenen van de WOZ-waarde ging de gemeente uit van de (gecorrigeerde) vervangingswaarde. Daarbij berekende de gemeente de waarde van de grond op basis van de in de nota vermelde uitgifteprijzen van 40 euro per vierkante meter. In die nota was vastgesteld dat dat de uitgifteprijs voor sportcomplexen was.
Prijs in erfpachtovereenkomst

De hockeyclub was van mening dat bij de waardering van de grond uit moest worden gegaan van 5 euro per vierkante meter. Dat was in overeenstemming met de waarde die de eigenaar van de grond aan de grond had toegekend bij het berekenen van de prijs in de erfpachtovereenkomst die zij met de club sloot. De gemeente had deze waarde in het verleden ook altijd gehanteerd. Verder voerde de hockeyclub aan dat bij de waardering van een vergelijkbaar sportcomplex de gemeente ook niet was uitgegaan van de uitgifteprijs van 40 euro, maar van een aanmerkelijk lager bedrag.
Slechts hulpmiddel

De rechtbank overwoog dat de in de nota vermelde uitgifteprijzen slechts bruikbaar zijn als hulpmiddel bij het bepalen van de waarde van de grond, als die prijzen overeenkomen met de marktprijs van die grond. De gemeente was er echter niet in geslaagd dat aannemelijk te maken. Omdat ook de hockeyclub de door haar gestelde waarde ook niet kon onderbouwen, stelde de rechtbank uiteindelijk zelf de WOZ-waarde vast. Daarbij ging zij uit van een grondprijs die de gemeente was overeengekomen bij de verkoop in 2007 van een vergelijkbaar stuk grond.

bron : Pleinplus
comments powered by Disqus