Verantwoording NOS-onderzoek naar lokale lastendruk MKB'ers


De NOS wilde onderzoeken hoe de gemeentelijke lasten voor ondernemers zich ontwikkelen. We wilden weten of ook ondernemers dit jaar met hogere lasten te maken krijgen. Om de lastendruk goed met elkaar te kunnen vergelijken, is er voor het onderzoek in overleg met MKB-Nederland een gemiddeld voorbeeldbedrijf ontwikkeld.

De concrete vraag aan gemeenten was: hoeveel betaalt een dergelijk bedrijf bij u aan lokale heffingen zoals onroerendezaakbelasting (ozb) en rioolrecht? En met welk percentage stijgt of daalt dat bedrag in 2011? Van de 418 gemeenten hebben er 222 aan ons onderzoek meegewerkt.

Het resultaat van een gemiddelde stijging tussen 3,5% (zonder toeristenbelasting) en 4,8% is dus gebaseerd op de resultaten op basis van het voorbeeldbedrijf. Voor individuele bedrijven kan het gunstiger of minder gunstig uitpakken. We hebben ervoor gekozen om de precieze bedragen per gemeente niet te publiceren, omdat dit een exactheid suggereert die er niet is.

In het onderzoek zijn vijf belastingen meegenomen. We hebben gekeken naar de ozb, precariobelasting, reclamebelasting, toeristenbelasting en rioolheffing. De precariobelasting geldt voor voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond. Dat gaat dan niet alleen om terrassen en winkeluitstallingen, maar ook bijvoorbeeld om leidingen en elektriciteitskabels.

Voorbeeldbedrijf
In het onderzoek is uitgegaan van een hotel-restaurant in het centrum in een pand met een waarde van 1 miljoen euro. De WOZ-waarde van het bedrijfspand kan in 2011 verschillen van die van 2010. We hebben gemeenten gevraagd naar de reële stijging of daling van de WOZ-waarde van niet-woningen. Veel gemeenten hebben bij het bepalen van de tarieven namelijk rekening gehouden met die verandering. In ons voorbeeld is de ondernemer zowel eigenaar als gebruiker van het pand.

Het pand heeft een bruikbaar vloeroppervlak van 250 vierkante meter. En er is een terras van vijftig vierkante meter op gemeentegrond.

Ook doet het bedrijf aan reclame-uitingen. Er is een bedrijfsnaam (300 cm x 50 cm), een vlag (220 cm x 160 cm) en een lichtbak (50 cm x 50 cm).

Het hotel-restaurant heeft verder zes tweepersoons hotelkamers en we gaan uit van een gemiddelde bezetting van zestig procent, dus afgerond 8 personen per nacht. De jaarlijkse toeristenbelasting is als volgt berekend: 8 personen x 365 nachten x tarief toeristenbelasting. De prijs van de tweepersoonskamer is op 80 euro gesteld.

Daarnaast voert het bedrijf in kwestie jaarlijks 3000 kubieke meter afvalwater af. Dit is van belang voor de rioolheffing. In veel gemeenten wordt de heffing berekend aan de hand van de hoeveelheid afvalwater. In andere gemeenten zijn er vaste bedragen per aansluiting.

Ten slotte gaan we er vanuit dat het bedrijf het afval door een particulier bedrijf laat afvoeren. De afvalstoffenheffing is in het onderzoek niet meegenomen, omdat sommige gemeenten niet de mogelijkheid bieden om bedrijfsafval door een gemeentelijke dienst op te laten halen.

Kanttekeningen
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en een aantal gemeenten vinden dat de verhoging van de toeristenbelasting niet als een lastenverzwaring gezien mag worden, omdat hoteliers dit aan de toerist mogen doorberekenen. Wij hebben het in ons onderzoek wel meegenomen, omdat het om een belasting gaat die de ondernemer aan de gemeente moeten afdragen. Ondernemers hebben de keuze om dit door te berekenen, maar we horen van hen dat zij dat niet altijd zonder meer doen. Zij willen graag met onafgeronde prijzen blijven werken en denken dat de toerist vooral en alleen naar de totaalprijs kijkt. En de hoteleigenaren willen hen niet met hogere hotelprijzen afschrikken. Maar ook als we de toeristenbelasting buiten beschouwing laten, komen we nog steeds op een lastenstijging van 3,5% uit. Dat is nog steeds hoger dan de inflatie van 1,5 procent waar het Centraal Planbureau (CPB) vanuit gaat.

Verder heffen sommige gemeenten voor de toeristenbelasting een zogenoemd forfaitair tarief. Bij de berekening van het forfaitaire tarief is al rekening gehouden met het feit dat niet alle bedden het hele jaar door bezet zijn. Gemeenten hanteren zo'n tarief ook, omdat het makkelijker is. De administratie van een bedrijf hoeft dan niet te worden gecontroleerd. De ondernemer kan in veel gevallen kiezen of hij een forfaitair tarief of een gewoon tarief per nacht wil afdragen. In onze casus is al vastgesteld hoeveel overnachtingen dit bedrijf heeft. We gaan zoals gezegd uit van een bezetting van acht personen gedurende het hele jaar. Daarom hebben we bij alle gemeenten het tarief per persoon per overnachting ingevuld. Uiteraard ook om de resultaten met elkaar te kunnen blijven vergelijken.

Wij realiseren ons dat er ook grote verschillen bestaan tussen plattelandsgemeenten en grotere steden die meer toeristen trekken. Plattelandsgemeenten, zoals Koggenland, heffen vaak geen precario- en reclamebelasting, omdat veel ondernemers alleen hun eigen grond gebruiken. Omdat er geen terrassen of reclame-uitingen op gemeentegrond te vinden zijn, kan de gemeente deze belastingen niet innen. In een grotere en toeristischere gemeente als Maastricht, valt het bedrag hoger uit. Dat komt omdat dergelijke gemeenten veel bezoekers hebben, hotelkamers er duurder zijn en ook de grondprijzen hoger liggen. Bovendien zijn de bedrijfspanden in zo'n centrum veel meer waard dan in kleinere gemeenten.

Ook zijn er in een aantal gemeenten met ondernemers afspraken gemaakt over de verhoging van de reclame- en toeristenbelasting. In die gevallen gaat een deel van de inkomsten naar fondsen voor bijvoorbeeld citymarketing of het verbeteren van pleinen. Hier gaat het dus in feite om een lastenverzwaring op verzoek van de ondernemers.

De NOS realiseert zich dat het onderzoek niet compleet is. Een aantal leges zijn niet meegenomen. Ondernemers moeten bijvoorbeeld ook betalen voor vergunningen en aanpassingen doen om de brandveiligheid te bevorderen. Wij hebben de meest voorkomende belastingen gekozen om de resultaten vergelijkbaar te houden. Ook is het zo dat ons voorbeeldbedrijf niet in elke gemeente te vinden is. Het kan zijn dat de gemeentelijke tarieven helemaal niet berekend zijn op een bedrijf van dergelijke grootte, zodat de bedragen van die gemeenten in ons onderzoek relatief erg hoog uitvallen.

bron : NOS
comments powered by Disqus