Ozb duur voor gemeenten


Gemeenten hebben vorig jaar vele miljoenen uitgegeven om de WOZ-waarde van alle panden te berekenen. In totaal ging er euro 170 mln om. Per woning is dit ongeveer euro 20. Maar bij kleinere gemeenten loopt de prijs op tot euro 50 per woning, omdat deze gemeenten niet het schaalvoordeel hebben van grote gemeenten.

Dat blijkt uit de laatste cijfers van de Waarderingskamer - de controleur van gemeenten bij het uitvoeren van de WOZ. Ook in 2007 en 2008 lagen de kosten op dit niveau.

In gemeenten waar de huizenprijzen laag zijn, blijkt de onroerend zaak belasting(ozb) weinig efficiënt. Een aanzienlijk deel van de opbrengst gaat op aan het innen van de belasting.

Gemeenten en overheden hebben vorig jaar ruim euro 5 mrd opgehaald met de WOZ. Ongeveer 3% van de totale inkomsten worden besteed aan het innen van de belasting. Daarmee is de maatregel duurder dan bijvoorbeeld de Rijksbelastingen die de Belastingdienst verwerkt. Volgens cijfers van het ministerie van Financiën is daarmee 1,4% aan uitvoeringskosten gemoeid.

De WOZ ligt al jaren onder vuur als grondslag voor gemeentelijke en landelijke belastingen. Gemeenten moeten ieder jaar opnieuw van elk pand de waarde bepalen. De eigenaar moet vervolgens een percentage van de waarde afdragen aan de belasting. Volgens tegenstanders is dit een bewerkelijke manier van belastingheffen en is die vooral duur als woningbezitters bezwaar maken tegen de WOZ-vaststelling. Een vijfde van de totale kosten voor gemeenten ging op aan deze bezwaren, zo becijferde de Waarderingskamer.

Toch bestrijdt Jan Gieskes, secretaris bij de Waarderingskamer, dat de belasting inefficiënt is. 'Het kost misschien veel geld om de huizen te waarderen. Maar de WOZ is de grondslag voor de ozb, het eigen woningforfait, een deel van de belastingen voor de waterschappen en zelfs de successiewet. Bij elkaar brengt dit ruim euro 5 mrd binnen. Daarmee vergeleken zijn de uitvoeringskosten beperkt.'

Het kan alleen best efficiënter, denkt Evert van de Wauwer, eigenaar van het online rekenprogramma Calcasa. Hij merkt dat het vaak erg moeilijk is om een woning nauwkeurig te waarderen, vooral als er weinig handel in vergelijkbare woningen is geweest. Voor de WOZ zou het daarom veel beter zijn om de regelgeving te versimpelen. 'De woningen indelen in klassen bijvoorbeeld. Een huis valt dan in de groep van euro 250.000 tot euro 350.000. Of de WOZ-waarde nog een keer vaststellen en na de laatste bezwaarronde alleen nog indexeren met een provinciale woningprijsindex.' Zo'n versimpeling maakt de jaarlijke waardebepaling goedkoper en verkleint de kans op bezwaren.

Deze aanpak kent ook nadelen, zegt Maarten Allers, die als directeur bij instituut Coelo de economie van lagere overheden onderzoekt. 'Als je met drempels gaat werken, dan moeten mensen ineens veel meer gaan betalen als ze in een hogere groep terecht komen,' stelt hij. Hij vindt dat de WOZ nu al efficiënt is, vooral omdat hij niet makkelijk te ontduiken is. De woning is immers moeilijk te verhullen en de eigenaar ook. Voor de echt inefficiënte belastingen wijst hij daarom naar heel andere belastingen, zoals parkeervergunningen en vooral de hondenbelasting. 'Als je controleurs nodig hebt, kost het pas echt geld.'


Ozb aan de prijs

Gemeenten besteden jaarlijks euro 170 mln aan kosten om belasting te innen

Per woning is dat gemiddeld euro 20

Totale inkomsten van gemeenten uit de WOZ bedraagt euro 5 mrd.

Uitvoeringskosten liggen met ruim 3% boven de 1,4% bij Rijksbelastingen



Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad
comments powered by Disqus